China staat op een kruispunt in haar economische ontwikkeling. Nu de binnenlandse economie aan het ontwikkelen is en de loonkosten stijgen kan China simpelweg niet meer beschouwd worden als een lage lonen land. Dit heeft gevolgen voor het land omdat meer en meer Amerikaanse en Europese klanten China verlaten vanwege de stijgende kostprijzen. Insourcing is het toverwoord op dit moment waar Amerikaanse bedrijven in de VS zelf fabrieken openen en Europese bedrijven meer en meer terugvallen op het voormalige Oost-Blok.
Voor China betekent dit dat ze hun koers moeten veranderen om niet alleen meer de focus te leggen op de lage kosten productie maar die te verleggen naar kwaliteitsproducten die het westen eventueel wil afnemen.
Voor halfproducten lukt dat de Chinezen aardig. Niet iedereen zal zich bewust zijn dat wanneer ze een Airbus binnenstappen op een vlucht in Europa dat de meeste kunststof producten in China zijn gemaakt. En er is ook veel high tech te vinden in elektronische consumenten artikelen die allemaal in China zijn gemaakt.
Maar dat is niet voldoende. Ook voor die halfproducten schakelen meer en meer westerse bedrijven over op productie dichtbij. China moet dus meer uit de toverhoed halen om het verlies aan import uit China op te vangen.
Eén van de meest voor de hand liggende markten waar China op zou kunnen scoren is de automobiel markt. Immers, China is groot en heeft een enorme capaciteit waar Europa en de VS alleen maar van kunnen dromen. Er ligt dus een enorme markt open voor China als zij in staat zijn om auto’s van Chinese fabrikanten zoals BYD en Roewe aan het westen te verkopen.
Maar het lukt nog niet zo goed. De reden is simpel.
China heeft nl een imago probleem. Een imago waarbij men er nog steeds vanuit gaat dat China sjoemelt met producties en een inferieure kwaliteit aflevert. De resultaten zijn niet bemoedigend. BYD groeit weliswaar maar heeft haar winst over 2012 met bijna 100% zien afnemen. Reden? De auto’s zijn in Europa en de VS niet aan de straatstenen kwijt te raken. Maar het kan ook erger. Ook in China kiezen de Chinezen die het kunnen betalen liever voor een Japans, Amerikaans of vooral een Duits merk. Volkswagen, Buick, Toyota en Honda doen het dan ook buitengewoon goed in China. Volkswagen is zelfs de grootste van allemaal en brengt elke Chinese fabrikant het schaamrood op de kaken met cijfers waar de Chinezen alleen maar van kunnen dromen.
Hoe kunnen de Chinezen van dit imago probleem afkomen? Dat is de grote vraag. Het zou voor China zinvol zijn om eens naar haar buurman Japan te kijken. Ik weet, het ligt gevoelig maar ze kunnen er nog veel van leren. Japan had in het begin na de tweede wereldoorlog ook de naam om alles na te maken en goedkoper te maken. Maar de Japanners zagen in dat ze het daar niet mee gingen redden. Zij gooiden het over een andere boeg en begonnen ermee om producten door te ontwikkelen waarvan de basis was gelegd in Europa. Op deze manier was Japan in staat om technisch hoogstaande producten te maken die geschiedenis hebben gemaakt. De Nikon F, Honda Cub en de Honda 750Four zijn daar voorbeelden van. Stuk voor stuk waren dit baanbrekers in hun markt toen de op de markt gebracht werden. Je hoorde er als fotograaf gewoon niet bij als je geen Nikon F in de fototas had zitten en als je in de jaren zeventig van de vorige eeuw geen Honda 750Four had gereden dan wist je gewoon niet wat motorrijden was.
Het antwoord van China moet dan ook uit die hoek komen. Het ontwikkelen van producten die de markt op hun kop zetten.
Of dat gaat gebeuren moet echter nog gezien worden.